Schikking 1e Kerstdag

Welkom

Intochtslied: Gezang 143 : 1 ,2 en 3
Koor 1. Stille nacht, heilige nacht!
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal,
wordt geboren in Bethlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.

Koor: 2. Hulploos Kind, heilig Kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt G’ U rijkdom ontzegd,
wordt G’ op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.

Gemeente 3. Stille nacht, heilige nacht!
(gaat staan) Vreed' en heil wordt gebracht
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!

Stil gebed, votum en groet

Zingen: Gezang 138 : 1, 2 en 3
Koor en 1. Komt allen tezamen,
gemeente jubelend van vreugde:
komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der eng'len hier geboren.
Komt, laten wij aanbidden, 2x
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Koor: 2. De hemelse eng'len
riepen eens de herders
weg van de kudde naar 't schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbied'ge schreden!
Komt, laten wij aanbidden, 2x
komt, laten wij aanbidden, die Koning.

Koor en: 4. O Kind, ons geboren,
gemeente liggend in de kribbe,
neem onze liefde in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden, 2x
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Woorden bij de symbolische schikking

Aansteken van de Kerstkaars

Zingen: Projectlied ( melodie EB 452)
Refrein:
God belooft de Vredekoning
aan zijn volk, aan Israël,
heel de wereld wordt zijn woning,
Micha heeft het ons verteld.
Kind, in Bethlehem geboren,
Zoon van God, Maria’s Zoon,
Vredekoning zal Hij worden,
zie je al zijn gouden kroon.
Refrein

Geloofsbelijdenis van Nicea (staande)

Zingen: Gezang 125 : 1, 3 en 4
Koor: 1. O kom, o kom, Immanuël,
verlos uw volk, uw Israël,
herstel het van ellende weer,
zodat het looft uw naam, o Heer!
Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuël!

Koor en: 3. O kom, o kom, Gij Oriënt,
gemeente en maak uw licht alom bekend;
verjaag de nacht van nood en dood,
wij groeten reeds uw morgenrood.
Wees blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuël!

Koor en: 4. O kom, Gij sleutel Davids, kom
gemeente en open ons het heiligdom;
dat wij betreden uwe poort,
Jeruzalem, o vredesoord!
Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuël!

Gebed om de opening van het Woord

Kinderlied: EB 103 : 1, 2 en 3
1. In Bethlehems stal lag Christus de Heer,
in doeken gehuld, als kindje ter neer.
Voor hem was geen plaats meer in herberg of huis.
Zijn wieg was een kribbe, Zijn troon was een kruis.

2. Zó arm werd de Heer, der engelen Heer,
die zondaren mint, zo nameloos teer,
die hun wil vergeven, hoeveel het ook zij;
zó arm werd de Heiland voor jou en voor mij.

3. Lam Gods, voor de schuld der wereld geslacht,
dat eens aan het kruis voor mij hebt volbracht;
ik kniel voor uw kribbe met dankend gemoed,
en breng U eerbiedig mijn zeeg’nende groet.
kinderen gaan naar de nevendienst.

Schriftlezing: Mattheüs 2 : 1 – 12 (HSV)

Zingen: Gezang 139 : 1 en 2
Koor: 1. Komt, verwondert u hier, mensen,
ziet, hoe dat u God bemint,
ziet vervuld der zielen wensen,
ziet dit nieuw geboren kind!
Ziet, die 't woord is, zonder spreken,
ziet, die vorst is, zonder pracht,
ziet, die 't al is, in gebreken,
ziet, die 't licht is, in de nacht,
ziet, die 't goed is, dat zo zoet is,
wordt verstoten, wordt veracht.

Koor en: 2. Ziet, hoe dat men met Hem handelt,
gemeente hoe men Hem in doeken bindt,
die met zijne godheid wandelt
op de vleugels van de wind.
Ziet, hoe ligt Hij hier in lijden
zonder teken van verstand,
die de hemel moet verblijden,
die de kroon der wijsheid spant.
Ziet, hoe tere is de Here,
die 't al draagt in zijne hand.

Zingen: Gezang 145 : 1, 2 en 3
1. Nu zijt wellekome Jesu, lieve Heer,
Gij komt van alzo hoge, van alzo veer.
Nu zijt wellekome van de hoge hemel neer.
Hier al op dit aardrijk zijt Gij gezien nooit meer.
Kyrieleis.

2. Herders op den velde hoorden een nieuw lied,
dat Jezus was geboren, zij wisten 't niet.
Gaat aan gene straten en gij zult Hem vinden klaar.
Beth'lem is de stede, daar is 't geschied voorwaar.
Kyrieleis.

3. Wijzen uit het Oosten uit zo verren land
zij zochten onze Here met offerand.
Ze offerden ootmoediglijk mirr', wierook ende goud
te eren van dat kinde, dat alle ding behoudt.
Kyrieleis.
Kinderen komen terug van de nevendienst

Dankzegging en voorbede afgesloten met het Onze Vader

Inzameling van de gaven

Koor zingt: Herders in het veld van Effratha

Zingen: Dank U voor deze mooie kerstdag
(melodie gezang 168 staande)

Koor 1. Dank U , voor deze mooie kerstdag
dank U voor heel dit feest zo blij.
Dank U, dat ik het stil mag zeggen:
’t is ook feest voor mij

vrouwen: 2. Dank U, dat U de engel stuurde,
dank U, dat hij de boodschap bracht
dank U, dat U juist werd geboren
in de donkre nacht.

koor en: 3. Dank U, voor ’t kindje in de kribbe,
gemeente dank U, voor Bethlems arme stal.
Dank U, dat er nu ook op aarde,
vrede komen zal.

mannen: 4. Dank U, dat ook de herders ’t hoorden,
dank U, voor ’t mooie englenlied,
dank U, dat U vanuit de hemel,
ook de kind’ren ziet

koor: Dank U, eerbiedig knielen allen,
dank U bij uwe kribbe neer,
dank U, dat wij u danken mogen,
voor dit kerstfeest Heer.

Zegen: Gemeente, amen, amen, amen.

Zingen: Ere zij God (staande)

Ere zij God, Ere zij God
In den hoge, in den hoge, in den hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde
In de mensen een welbehagen
Ere zij God in den hoge, Ere zij God in den hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde ,
vrede op aarde, vrede op aarde,
In de mensen, in de mensen, een welbehagen
In de mensen, een welbehagen, een welbehagen
Ere zij God, Ere zij God
In den hoge, in den hoge, in den hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde
In de mensen een welbehagen
Amen, amen.