Kerkgebouw Oosterland

De oudste Kerk in Oosterland door de tijd heen

Historie & Achtergrond

1. De Voorgeschiedenis & Politiek (14e eeuw)

Voor de inpoldering van de schorren van 'het Oosterland' stond er aan de Kapelledijk - de zeedijk van de Vierbannenpolder - een kapel, die onder anderen bezocht werd door herders die op de schorren hun schapen lieten grazen. In het jaar 1354 werd ‘het Oosterland’ bedijkt. Men bouwde op het hoogste punt in de nieuwe polder een eenvoudig parochiekerkje. Het nieuwe plaatsje dat om de kerk heen grew kreeg aanvankelijk de naam Oosterkerke, een ringdorpje in het nieuwe Oosterland op het eiland Duiveland. Van die pionierfase zijn geen geschreven herinneringen bewaard gebleven.

Omstreeks het jaar 1400 komt de tot dan toe trage groei van het dorp in een stroomversnelling: er is een machtsstrijd ontstaan tussen de graaf van Zeeland en de ambachtsheren van de Vierbannenpolder en 'het Oosterland'. Hij ontneemt alle ambachtsheren hun rechten als leenman, stelt zijn rentmeester aan als ambachtsheer en bevordert Oosterland tot de status van ’hoge heerlijkheid’.

In die dagen was er ook al een machtsstrijd geweest tussen het bisdom Utrecht en de ambachtsheren in Zeeland over de vraag wie de parochiepastoor mocht benoemen. De benoeming van de rentmeester van de graaf van Zeeland tot ambachtsheer van de kersverse ‘hoge heerlijkheid' Oosterland was dus een politieke zet om de te groot geworden macht van de ambachtsheren op Duiveland te beperken. Op het kerkelijke erf had dat een belangrijk gevolg: de graaf liet de nieuwbenoemde ambachtsheer investeren in de kerkbouw van de parochie van Oosterland om zijn aangetaste politieke macht op Duiveland te herstellen.

2. De Toren & De Klokken

Zo kwam er dus geld beschikbaar voor de bouw van een toren met daaraan vastgebouwd een vernieuwd kerkgebouw. Het volle bedrag zou door het kleine aantal parochianen nooit kunnen zijn opgebracht. Hiermee stond Oosterland kerkelijk en politiek op de kaart.

Zo’n 25 jaar later werden er twee klokken in de toren opgehesen: de veldklok voor de dagelijkse tijdsindeling en de luidklok voor bijzondere gelegenheden. Op de veldklok van 235 kg staat: “Willam Butndic fecit, ave Maria, gratia plena, dominus te cum”. De luidklok van 450 kg heeft als opschrift: “Willam Butndic fecit int jaer onses Heere MCCCCXXIIII” (1424).

In de Tweede Wereldoorlog, op 31 maart 1943, werden de klokken door de bezetter uit de toren gehaald om ze om te smelten. Het schip waarmee ze werden vervoerd zonk op het IJsselmeer. De toren zelf werd op het einde van de oorlog door beschietingen zwaar beschadigd. Het schip werd na de oorlog geborgen. Na de bevrijding werd de toren hersteld en hoger opgebouwd, waarna de klokken ongeschonden terugkeerden. Het zadeldak is een unicum in Zeeland.

3. Het Kerkgebouw & Het Interieur

Rond het jaar 1500 kwam er voldoende kapitaal voor een ingrijpende vernieuwbouw. Achter het lage, oude kerkje kwam een nieuw gebouwd gotische koor. In 1612 werd Oosterland getroffen door een grote dorpsbrand, waarbij het oude, lage gedeelte achter de toren afbrandde. De opengevallen ruimte werd later benut voor het dorpsschooltje en nog later het gemeentehuis. Nu staat daar de ‘Voorkerk’.

Onder toezicht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg werd in 1954 voor een nieuwe aankleding gezorgd: de preekstoel uit ± 1700 met een uit hout gesneden schelp, het doopvont met de zilveren schaal uit 1704, en de prachtige koperen kroonluchters. Ook bevindt zich hier de ambachtsherenbank (± 1650) met de familiewapens van De Jonge en Stavenisse.

Grafmonument van Suzanna Maria Loncque (1752):
“D.O.M. Grafmonument van de adellijke vrouwe Suzanna Maria Loncque, ambachtsvrouwe van Oosterland... Zo is het heerlijk eenmaal weer op te staan. Het leven is mij Christus, het sterven mij gewin...”
4. Naamgeving & De Kerk in Vogelvlucht

De kerk was oorspronkelijk gewijd aan de Heilige Jodocus, een Bretons koningszoon en kluizenaar die stierf in 669. Na de beeldenstorm in 1566 ging de dorpskerk in 1574 over naar de aanhangers van de ‘nye leere’. Het enige dat in Oosterland nog herinnert aan de heilige Jodocus is de straatnaam: de Sint Joostdijk (in het Oosterlands ‘de Sintjesdiek’).

De eerste katholieke pastoor die we bij name kennen is Johannis van Weer(t)husen (1405). In 1574 werd Bernard Pietersz. de eerste reformatorische predikant. Na de Franse tijd voerde Koning Willem I in 1816 de naam "Nederlandse Hervormde Kerk" in. In 2004 is de kerk deelgenoot geworden van de nieuwgevormde Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Ten Uitgeleide

Het oudste gebouw van Oosterland, het kerkgebouw, is steeds betrokken geweest bij lief en leed. Hier kunnen we als gemeente iedere zondag weer samenkomen rondom een geopende Bijbel.

Dit is het huis van God
en voor de mens een woning
waar ’t zoekend hart
zijn Schepper vindt en hoort
wie binnengaat, men ga
als tot zijn Koning
gehoorzaam aan Zijn wet
en buigend voor Zijn woord.
Here God, ontmoet ons

U bent de God die rust geeft:
Grazige wateren, rustgevende wateren.

Waar zouden wij die anders zoeken
Dan in de ontmoeting met U?

Ontmoet ons, O God, in Jezus Christus.
Bevrijd ons van het moeten.

Leer ons te mógen leven.
Leer ons te mógen werken

Met de rust in de rug,
met de rust voor ogen.

Ont-moet ons.
In Jezus naam.   Amen.