Welkom en mededelingen
Aanvangslied: Psalm 98: 1a/2b en 4
1.Zingt een nieuw lied voor God de HERE,
want Hij bracht wonderen tot stand.
Wij zien Hem heerlijk triomferen
met opgeheven rechterhand.
Zijn volk is veilig in zijn handen.
Hij heeft zijn heerlijkheid ontvouwd.
Zo werd tot in de verste landen
het heil van onze God aanschouwd.
4.Laat alle zeeën, alle landen
Hem prijzen met een blij geluid.
Rivieren klappen in de handen,
De bergen jubelen het uit.
Hij komt, Hij komt de aarde richten,
Hij komt, o volken weest verblijd,
Hij komt zijn Koninkrijk hier stichten,
zijn heil en zijn gerechtigheid.
Stil Gebed
Woord van verwachting en Groet
Verootmoedigingsgebed en genadeverkondiging
Zingen: Gezang 445: 2 en 3
2.Jezus Christus is gestorven,
is verrezen, ook voor mij,
heeft de zegepraal verworven
en het leven, ook voor mij.
Aan Gods rechterhand gezeten,
zal Hij nimmer mij vergeten,
maar, uit deernis met mijn lot,
treedt Hij voor mij in bij God.
3. Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God, zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
Door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij naar ’t eeuwig licht.
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
Zingen: ELB 448
1.Je hoeft niet bang te zijn,
al gaat de storm tekeer,
leg maar gewoon je hand
in die van onze Heer.
2.Je hoeft niet bang te zijn,
als oorlog komt of pijn.
De Heer zal als een muur
rondom je leven zijn.
3.Je hoeft niet bang te zijn,
al gaan de lichten uit.
God is er en Hij blijft,
als jij je ogen sluit.
Schriftlezing: Psalm 93
Zingen: Gezang 467: 1, 2 en 4
1.O eeuwge Vader, sterk in macht,
wiens arm betoomt der baren kracht,
die wijst de grondlooz’ oceaan
de hem gestelde perken aan,
o wil verhoren onze beê
voor hen die zijn in nood op zee!
2.O Christus, wiens bestraffend woord
door wind en water werd gehoord,
die onder ’t stormen rustig sliep
en wandeld’ over ’t schuimend diep,
o wil verhoren onze beê
voor hen die zijn in nood op zee!
4.O God, die ons behoeden wilt,
bescherm de broeders, wees hun schild.
In storm en strijd, ga met ze mee
en red ze van ’t geweld der zee,
dat land en water wijd en zijd
lofzingen uw barmhartigheid.
Schriftlezing: Marcus 4: 35-41
Zingen: J. de Heer 256: 1, 2 en 4
1.Als op ’s levens zee de stormwind om u loeit,
Als ge tevergeefs uw arme hart vermoeit.
Tel uw zegeningen, tel ze één voor één,
En ge zegt verwonderd: Hij liet nooit alleen.
Refrein:
Tel uw zegeningen, één voor één,
Tel ze allen en vergeet er geen.
Tel ze alle, noem ze één voor één
En ge ziet Gods liefde dan door alles heen.
2.Drukken ’s levens zorgen u soms zwaar terneer,
Schijnt het kruis te zwaar u, zeg het aan de Heer.
Tel uw zegeningen, wil op Jezus zien,
Dan zal ’t harte zingen en de zorgen vliên.
Refrein.
Overdenking: ‘Geweldiger dan water en wind…’
Zingen: Gezang 470: 1, 3 en 4
1.Wat vlied' of bezwijk', getrouw is mij God,
Hij blijft aan mijn zij in 't wisselend lot;
moog 't hart soms ook beven in 't heetst van de strijd,
zijn liefd' en ontferming vertroosten altijd.
3. Als God mij vertroost, is ’t kruis niet te zwaar,
dan ken ik geen vrees in ’t bangste gevaar,
dan win ik al zwijgend vertrouwen en kracht
en zing ik mijn psalmen in duistere nacht.
4. Ik roem in mijn God, ik juich in zijn trouw,
de rots mijner ziel, waar 'k eeuwig op bouw.
Ik zal Hem nog prijzen in 't uur van mijn dood,
dan rijst nog mijn loflied: zijn goedheid is groot!
Dankgebed en voorbeden
Zingen: ELB 191: 3
3.Jezus, mijn dierb’re toevlucht, Jezus, Gij stierf voor mij!
Dat op die rots der eeuwen eeuwig mijn hope zij.
Heer, laat mij lijdzaam wachten, totdat het duister vliedt,
en ’t oog aan gindse kusten uw heillicht gloren ziet.
Jezus, mijn dierb’re toevlucht, Jezus, Gij stierf voor mij!
Dat op die rots der eeuwen eeuwig mijn hope zij.
Collecte
Slotlied: J. de Heer 73: 1, 2 en 3
1.Zie ons wachten aan de stromen,
aan de over der rivier.
Straks zal onze Bootsman komen
en wij varen af van hier.
Refrein:
Hoe de storm ook moge woeden
op de reis naar d’eeuwigheid.
Jezus is de trouwe Bootsman,
die ons altijd veilig leidt.
2.Door de kille, kille stromen
gaan wij naar het Gods paleis;
’t englenlied klinkt uit de verte
en verkwikt ons op de reis. Refrein.
3. Reeds zien wij de gouden straten
van de Hemelstad, zo schoon,
horen wij d’ontelbre scharen
juublend juichen voor Gods troon. Refrein.
Zegen