26-01 – 10.00 uur Ds. H.G.W. Groot Karsijn

Welkom en mededelingen

Intochtslied: Psalm 135 : 1 en 10 (staande)

1. Halleluja! looft den Heer,
prijst zijn naam en majesteit,
toegewijden aan zijn eer,
die vanouds zijn knechten zijt,
gij die uw verheven plicht
in de tempelhof verricht.

10. Zegen, Israël, den Heer,
priesters, looft zijn majesteit,
tempeldienaars, prijst zijn eer,
looft Hem, wie zijn naam belijdt.
Hij woont bij ons in gena.
Prijst den Heer. Halleluja!

Stil gebed, votum en groet

Zingen: Een instrument van God : 1 (mel. EB 299)

1. Geef mij Heer, veel van uw liefde,
laat mij uw discipel zijn.
Opdat ik voor and’re mensen,
tot een hulp en steun kan zijn.
Geef m’ een open oog voor alles,
wat hen ongelukkig maakt.
Laat hen zien dat ik Uw kind ben,
en door U ben aangeraakt.

Woorden bij de symbolische schikking

Zingen: Een instrument van God : 2 en 3
2. Geef mij Heer, veel van uw vrede,
laat mij toch verdraagzaam zijn.
Door mijzelf steeds weg te cijferen,
door nooit eigenwijs te zijn.
nooit hoogmoedig ongevoelig,
en van eigenwaan vervuld.
Stel mijn hart voor and’ren open,
geef mij tact en veel geduld.

3. Geef mij Heer, veel van Uw wijsheid,
om hen die verdrietig zijn.
Wat bemoediging te geven,
vol van warmt’ en troost te zijn,
wetend dat ikzelf ook zwak ben,
en mijn hulp van U verwacht.
Laat mij, Heer, een instrument zijn,
dat mag dienen door uw kracht.

Gebed om de opening van het Woord

Kinderlied: EB 476 : 1, 3 en 4

1. Zie de zon, zie de maan,
zie de sterren in hun baan,
sterren ontelbaar, overal vandaan.
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan.
Heer, hoe heerlijk is uw Naam!

3. Ruik een bloem, ruik een vrucht,
ruik de geuren in de lucht,
geuren ontelbaar, zweven af en aan.
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan.
Heer, hoe heerlijk is uw Naam!

4. Voel je hart, voel je huid,
voel je adem als je fluit.
Mensen ontelbaar, overal vandaan.
Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan.
Heer, hoe heerlijk is Uw naam!
(Kinderen gaan naar de nevendienst)

Schriftlezing: Romeinen 12 : 1 – 21

Zingen: Gezang 9 (OB) , 3 en 4

3. Dat wij ons ambt en plicht, o Heer',
getrouw verrichten tot Uw eer.
dat Uwe gunst ons werk bekroon',
Uw Geest ons leid' en in ons woon'!

4. Zie op ons neder in gena,
opdat ons werk voorspoedig ga,
en scheld ons alle misdaan kwijt,
o Heer', die vol ontferming zijt.

Verkondiging

Zingen: Bewaar de eenheid ( mel.gez. 474)

1. Bewaar de eenheid van Gods Geest,
de eenheid die God geeft.
Hij schept gemeenschap onderling,
waar de gemeent’ uit leeft.
De Heer geeft liefde voor elkaar
en maakt ons eensgezind.
Wie leeft in vrede laat het zien,
dat liefde samenbindt.

2. Eén lichaam en één heil’ge Geest,
die de gemeente leid.
Eén hoop omdat de Heer ons riep
in zijn goedgunstigheid.
Eén Heer en één geloof in Hem,
één doop in ’t watergraf.
Eén God en Vader, die aan ons
zijn heil en vrede gaf.

3. Hij geeft een taak aan ieder mens,
die tot zijn kerk behoort.
God schenkt zijn gaven aan elkeen,
die naar zijn roepstem hoort.
Verdraag dan met zachtmoedigheid
elkaar om Jezus ‘woord
Volg samen Jezus Christus na,
U die Hem toebehoort.
(Kinderen komen terug van de nevendienst)

Afscheid ambtsdragers

Zingen: Voor waar u tijd (mel. Ps. 119)

1. Voor waar u tijd en kracht aan heeft besteed,
de Kerk van Christus in al haar facetten,
deze gemeente met haar lief en leed,
waar u zich zo voor in heeft willen zetten
en om de liefde waarmee u dat deed
past het ons om u daarvoor dank te zeggen.

2. Voor wat u zo ter harte is gegaan,
danken wij God en willen wij Hem vragen,
dat Hij het werk dat door u is gedaan,
zal zegenen en vrucht zal laten dragen,
en dat daarmee hier wegen zijn gebaand,
waarlangs Gods koninkrijk begint te dagen

Bevestiging en herbevestiging ambtsdragers
* Onderwijzing
* gelofte
* gebed
* (her) bevestiging

Zingen: Psalm 134 : 3 (OB) staande

Dat ’s Heeren zegen op u daal’,
zijn gunst uit Sion u bestraal’.
Hij schiep ’t heelal, zijn naam ter eer:
looft, looft dan aller heren HEER!

Woorden namens kerkenraad en gemeente

Dankgebed en voorbede, afgesloten met “Onze Vader”

Inzameling van de gaven

Zingen: NLB 416 : 1, 2, 3 en 4 (staande)

1. Ga met God, en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen,
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

2. Ga met God, en Hij zal met je zijn,
bij gevaar, in bange tijden,
over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

3. Ga met God, en Hij zal met je zijn:
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen,
Ga met God en Hij zal met je zijn.

4. Ga met God, en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn Naam elkaar begroeten.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

Zegen: Amen, amen, amen. (gemeente)